Stikstofplannen: natuur vooruit, veestapel krimpt fors
De stikstofplannen van het Nederlandse kabinet zetten het land niet in één keer van het slot, maar vormen volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wel een grote stap vooruit. De uitstoot kan flink dalen en de natuur profiteert. Tegelijkertijd wordt verwacht dat een deel van de veehouders stopt. Het PBL schat dat de plannen leiden tot zo'n 30 procent minder koeien in Nederland.
Wat betekenen de plannen voor de stikstofuitstoot?
Het kabinet heeft doelen gesteld voor 2035. Ten opzichte van 2019 moet de uitstoot van de landbouw met 42 tot 46 procent dalen. Voor industrie en verkeer geldt een reductie van 50 procent. Het pakket omvat onder meer stikstofarme zones rond natuurgebieden, een norm voor het maximale aantal koeien per hectare en strengere normen voor individuele boerenbedrijven.
PBL-directeur Marko Hekkert noemt het een uitvoeringsoperatie van historische omvang. Het planbureau ging uit van volledige en perfecte uitvoering van alle concrete plannen, zonder rekening te houden met tegenvallers.
Natuur herstelt, maar niet volledig
Als de doelen worden gehaald, neemt de stikstofneerslag op kwetsbare gebieden fors af. Toch blijven in 2035 de meeste van de 120 stikstofgevoelige natuurgebieden overbelast, al neemt de mate van overbelasting sterk af. Slechts 14 gebieden zouden volledig herstellen. Stikstof blijft nog decennia een belangrijke factor, verwacht Hekkert.
Toch kan vergunningverlening makkelijker worden, omdat de natuur er fors op vooruitgaat.
We moeten nu per gebied in juridische procedures zien hoe er wordt omgegaan met iets te veel stikstof, die misschien wordt gecompenseerd door maatregelen die de natuur verbeteren.
Welke gevolgen hebben de maatregelen voor boeren?
De maatregelen vragen veel van boeren. Veehouders mogen zelf bepalen hoe ze aan de nieuwe normen voldoen, maar simpele en goedkope oplossingen zijn er niet. Een emissiearm stalsysteem kost tonnen en minder dieren betekent minder inkomsten. In gebieden met veel melkveehouders knelt vooral het maximum aantal koeien per hectare, omdat landbouwgrond schaars en duur is.
Het PBL verwacht dat niet alle bedrijven financieel kunnen voldoen aan de eisen. Een deel van de veehouders zal daarom stoppen. Hekkert schat dat de plannen leiden tot zo'n 30 procent minder koeien in Nederland.
Had eerder ingrijpen geholpen?
Op de vraag of deze plannen vijf of tien jaar eerder hadden moeten komen, is Hekkert duidelijk:
Dat zou een zegen zijn geweest. Veel beleid kwam de afgelopen jaren niet van de grond. Als we eerder waren begonnen, hadden boeren meer tijd gehad om aan de strengere eisen te voldoen.
Advies: stok achter de deur zorgvuldig ontwerpen
Het kabinet heeft een stok achter de deur: als de landbouw de doelen van 2035 niet haalt, worden rechten om dieren te houden ingetrokken. Hekkert vreest dat zo'n korting boeren afschrikt om te investeren in verduurzaming. Waarom zou je dure aanpassingen doen als je later misschien alsnog dieren moet wegdoen?
Zijn advies: ontwerp de stok zodanig dat boeren die de grootste stappen hebben gezet het minste worden geraakt. En werk het beleid verder uit en voer het goed uit, zodat het in 2035 überhaupt niet nodig is om rechten in te trekken.