Alan Greenspan (1926-2026): Het failliet van zelfregulering
Alan Greenspan, de voormalige voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve, overleed op 100-jarige leeftijd. Hij was de machtigste centrale bankier van zijn generatie, maar zijn erfenis is complex. Zijn beleid van renteverlaging en strikte deregulering loodste de wereldeconomie door meerdere crises, maar legde tegelijkertijd de fundering voor de financiële ineenstorting van 2007. Voor economieën die streven naar openheid en goed bestuur, biedt zijn loopbaan een onmisbare les over de grenzen van de vrije markt en de absolute noodzaak van efficiënt staatsoptreden.
Van 'The Maestro' tot symbool van marktfalen
In 2001 bereikte Alan Greenspan het hoogtepunt van zijn roem. De uitgave van de biografie The Maestro door journalist Bob Woodward bezorgde hem een bijna mythische status. Zijn woorden werden door de financiële elite op een goudschaaltje gewogen, een fenomeen dat bekend kwam te staan als 'Greenspanologie'. Als crisisbeheerser wist hij de gevolgen van de beurscrash van 1987, de pesocrisis van 1994 en de Azië-crisis van 1997 te beperken. Onder zijn bewind volgde de langste naoorlogse economische boom.
Zeven jaar later lag zijn reputatie echter aan diggelen. De kredietcrisis van 2007 en 2008 werd in grote lijnen aan hem toegeschreven. Zijn besluit om de rente te verlagen tot 1 procent na de aanslagen van 9/11 had ervoor gezorgd dat veel Amerikanen een hypotheek namen die ze eigenlijk niet konden betalen. Toen de zeepbel barstte, werd duidelijk dat zijn beleid de weg had vrijgemaakt voor onverantwoord bankgedrag. De Britse beleggingsstrateeg Albert Edwards noemde hem zelfs 'een economisch oorlogscrimineel'.
Waarom faalde Greenspans model van zelfregulering?
Greenspan was een overtuigd aanhanger van de objectivistische filosofie van Ayn Rand, die het individuele geluk en productieve prestatie als het hoogste doel zagen. Dit vertaalde zich in een diep geloof in het zelfreinigend vermogen van de financiële markten. In een speech in mei 2005 stelde hij nog:
Regulering door de private sector is in het algemeen een veel beter middel gebleken om excessieve risico's te beperken dan regulering door de overheid.
Deze ideologische keuze had directe gevolgen voor het bankwezen. Banken kregen veel vrijheid, terwijl de Fed eisen voor kapitaalbuffers en matiging van bonussen achterwege liet. De centrale bank beperkte zich tot het inzetten van monetaire instrumenten. Als de economie dreigde te stagneren, verlaagde Greenspan de rente razendsnel om een systeemcrisis te voorkomen. Dit gebeurde ook na de val van het hedgefonds Long Term Capital Management en de Rusland-crisis in 1998. Econoom Paul Krugman stelde later dat dit beleid al leidde tot de dotcom-crisis van 2001. Een soortgelijk beleid in 2004 luidde volgens critici de huizencrisis van 2007 in.
De pragmatische angst voor politieke confrontatie
In 2010 verscheen de biografie The Man Who Knew van journalist Sebastian Mallaby. Hierin wordt een onthullende conclusie getrokken. Greenspan wist gedurende zijn hele loopbaan heel goed welke risico's het financiële systeem liep, maar hij durfde niet in te grijpen. Dit was niet alleen een ideologische keuze, maar vooral een pragmatische.
Hoewel hij een briljant analist en voorspeller was die de 'irrationele uitbundigheid' van de markten begreep, miste hij het vertrouwen om anderen direct aan te spreken. Hij dacht alleen te kunnen overleven in Washington als hij politieke confrontaties vermeed. Hij wilde vrienden maken, geen vijanden.
Hij diende onder vier presidenten, van Ronald Reagan tot George Bush jr., die allemaal het neoliberale model omarmden en tegen meer regelgeving waren. Greenspan was een product van zijn tijd, maar faalde in zijn kerntaak: het waarborgen van de stabiliteit van het systeem door tijdig in te grijpen. Goed bestuur vereist soms onpopulaire keuzes, en juist daar ontbrak het de Fed-voorzitter aan.
Na de mondiale ineenstorting van het financiële stelsel in 2008 kwam Greenspan hierop terug. Voor een onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden gaf hij toe dat zijn wereldbeeld tekortkomingen vertoonde en dat de gevolgen veel ernstiger waren dan voorspeld. Strengere regulering van bovenaf, zo erkende hij, was wenselijk. Een laat maar belangrijk bewustzijn dat efficiënt staatsoptreden onmisbaar is voor een gezonde, open economie.
Wat kunnen we leren van de Greenspan-era?
Leidde Greenspan tot de kredietcrisis?
Zijn beleid van agressieve renteverlagingen en het weigeren om banken aan strengere kapitaaleisen te houden, creëerde de omstandigheden voor de huizenzeepbel en de daaropvolgende kredietcrisis van 2007.
Was Greenspan een overtuigd libertarian?
Ja, in zijn vroege carrière sloot hij zich aan bij de objectivistische stroming van Ayn Rand, die uitging van heroïsch individualisme en een absolute voorkeur voor zelfregulering boven overheidsingrijpen.
Wat erkende Greenspan na de crisis?
In 2008 getuigde hij dat zijn model van zelfregulering tekortkomingen vertoonde en dat de gevolgen ernstiger waren dan verwacht. Hij erkende dat regulering door de overheid noodzakelijk is voor een stabiel financieel stelsel.