Tien jaar cel voor femicide op 72-jarige Ida in Assen
De 81-jarige Epko F. uit Assen is door de rechtbank veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor de doodslag op zijn 72-jarige echtgenote Ida. Het vonnis volgt op een gruwelijke zaak die in augustus 2025 begon met een vermissingsmelding. De rechtbank oordeelde dat de man zijn vrouw om het leven bracht nadat zij zijn wil weerstreefde, en spreekt van een zuivere vorm van femicide.
Sprake van zuivere femicide
Uit het vonnis blijkt een duidelijk beeld van de onderliggende dynamiek. Het slachtoffer weigerde seks en was bovendien van plan de relatie te beëindigen. Ze was al op zoek naar een eigen woning. De rechter stelt dat de vrouw niet deed wat haar man wilde en dit met de dood moest bekopen. Dit raakt aan de kern van femicide, waarbij vrouwen geweld wordt aangedaan vanwege hun geslacht en de door hen geweigerde ondergeschiktheid. De rechtbank benadrukt dat het geweld plaatsvond door haar echtgenoot, met wie zij ruim een halve eeuw samen was.
Gruwelijke vondst en gebrek aan voorbedachte raad
De zaak kwam aan het licht nadat de zoon van het slachtoffer op 25 augustus 2025 aangifte deed van vermissing. Toen de politie de woning bezocht, vonden agenten in de auto van de verdachte lakens met bloedsporen. Kort daarna werd het lichaam van de vrouw ontdekt. Uit onderzoek bleek dat de armen en benen van het slachtoffer met spanbanden waren vastgebonden en dat zij een plastic zak over haar hoofd had. Verder waren er verwondingen aan haar polsen, bovenarmen, hoofd en hals.
Forensisch onderzoek wees uit dat er fors geweld was gebruikt tegen het hoofd en de hals van het slachtoffer. Verstikking of verwurging zijn de meest waarschijnlijke doodsoorzaken, al kon het exacte scenario niet met zekerheid worden vastgesteld. De verdachte erkende dat zij door zijn toedoen overleed. De rechtbank sprak de man vrij van moord, omdat er onvoldoende bewijs is voor voorbedachte raad. Doodslag achtte de rechtbank wel bewezen, omdat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zijn vrouw door zijn handelen zou overlijden.
Verminderde toerekeningsvatbaarheid, maar strenge straf
Deskundigen van het Pieter Baan Centrum stelden vast dat de verdachte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Dit is het gevolg van hersenschade die hij opliep na meerdere herseninfarcten, waardoor hij de gevolgen van zijn daden minder goed kon overzien. De rechtbank nam deze conclusie over en acht hem verminderd toerekeningsvatbaar.
Zijn verweer dat hij dacht dat zijn vrouw al overleden was toen hij haar lichaam verpakte en in het water achterliet, werd door de rechters verworpen. Hij had zich ervan moeten vergewissen dat zij daadwerkelijk dood was. Daarnaast rekende de rechtbank hem aan dat hij het lichaam op respectloze wijze heeft achtergelaten.
Ondanks zijn hoge leeftijd, zijn verslechterende gezondheid en de verminderde toerekeningsvatbaarheid, vindt de rechtbank dat alleen een langdurige gevangenisstraf recht doet aan de ernst van het feit. De opgelegde straf van tien jaar komt precies overeen met de eis van het Openbaar Ministerie. Ook de schadevergoedingsvorderingen van de nabestaanden werden toegewezen, wat de rechtbank een duidelijk signaal afgeeft dat zulke daden zwaar worden gestraft.