Vlaamse topambtenaar: 'Oosterweel bewijst dat we groot durven denken'
Jeroen Windey, de nieuwe secretaris-generaal van het Vlaamse departement Mobiliteit en Openbare Werken, wil af van het negativisme rond grote infrastructuurprojecten. In een gesprek met De Standaard verdedigt hij de omstreden Oosterweelverbinding en pleit hij voor meer trots op wat er wél goed gaat in Vlaanderen.
Windey (45) maakte in mei de overstap van het Agentschap Binnenlands Bestuur naar Mobiliteit. Daar kreeg hij meteen te maken met twee hete dossiers: de controversiële luchthavendading van minister Annick De Ridder en de oplopende kosten van Oosterweel, die inmiddels op 13,6 miljard euro staan.
Waarom verdedigt Windey het Oosterweelproject?
Volgens Windey is het niet eerlijk om het megaproject continu af te zetten tegen andere werken. Hij wijst erop dat Oosterweel buiten de begroting wordt gehouden dankzij alternatieve financiering via tolheffing. 'Anders konden we onze hele Vlaamse investeringsagenda schrappen. Deze constructie blijft de beste keuze.'
Meer nog: Oosterweel toont volgens hem aan dat Vlaanderen opnieuw ambitie durft te tonen. Hij verwijst naar de mislukkingen van de jaren 2000, zoals de weggestemde Lange Wapperbrug en het vastgelopen Uplace-project. 'We hebben onze lessen geleerd en kijk waar we nu staan. Wie een goed idee en een langetermijnvisie heeft, kan hier wél nog zijn droom realiseren.'
Wat zegt hij over de kritiek van het Rekenhof?
Het Rekenhof was recent bijzonder kritisch over het gebrek aan transparantie rond infrastructuurinvesteringen. Windey noemt die audit 'een cadeau' voor hem als nieuwkomer. 'Het geïntegreerde investeringsprogramma is vandaag al veel transparanter dan tien jaar geleden, maar we moeten nog beter doen. Het moet transparanter en voorspelbaarder aan de hand van betere data.'
Tegelijk erkent hij dat kiezen ook verliezen is. 'Elk lokaal bestuur maakt zijn eigen invulling van het grootste algemeen belang. Maar we kunnen het niet laten afhangen van afzonderlijke incidenten, hoe moeilijk dat vaak ook is.'
Hoe kijkt hij naar de toekomst van het openbaar vervoer?
Windey toont begrip voor burgemeesters die klagen over De Lijn, maar schaart zich vol overtuiging achter het plan met vijftien vervoerregio's. 'Ik blijf dat het allerbeste idee vinden voor de mobiliteit in onze regio. In het verleden zijn steden en gemeenten te weinig betrokken geweest. Nu steek ik er mijn nek voor uit dat we die vervoerregio's beter zullen laten functioneren.'
De topambtenaar benadrukt het belang van dialoog met lokale besturen. 'Als je mensen niet betrekt, kun je ook moeilijk begrip verwachten. We moeten hen recht in de ogen durven kijken en meenemen in ons moeilijke afwegingsproces.'
Waarom is er volgens Windey te weinig waardering voor infrastructuurwerken?
Windey stoort zich aan de Vlaamse neiging om vooral te focussen op wat nog moet gebeuren. 'Door jaloezie op projecten die wat meer de ogen uitsteken, koesteren we te weinig wat goed loopt. Dat zit in onze Vlaamse cultuur en DNA.' Hij wijst op de vele 'kleine Oosterweels' die overal in Vlaanderen worden uitgevoerd, zoals de werken aan de R4 in Gent en het viaduct van Vilvoorde. 'Elke opwaardering van onze kritische infrastructuur is voor mij een overwinning.'
Over de geheime dading rond de regionale luchthavens wil Windey geen uitspraken doen. 'Ik ben blij met die beslissing, zodat we weer naar de toekomst kunnen kijken. Maar het parlement is voor mij de hoogste macht, daar ben ik in gedrild door Bourgeois.'