Slimste leerlingen verveeld in de klas: 'Alsof ik maar 10 minuten per dag iets bijleerde'
Amélie (15) uit Brugge was altijd de slimste van de klas, maar dat voelde vooral als een straf. In het eerste en tweede leerjaar moest ze steeds dezelfde oefeningen oplossen en wachten terwijl de juf andere kinderen hielp. 'Het voelde alsof ik maar 10 minuten per dag iets bijleerde', zegt ze. Haar verhaal is geen uitzondering in het Vlaamse onderwijs, waar de sterkste leerlingen vaak op hun honger blijven zitten.
Uit cijfers die De Standaard opvroeg, blijkt dat amper 22 procent van de Vlaamse scholen expertise heeft rond 'cognitief sterk functionerende' leerlingen. Die term omvat meer dan louter hoogbegaafden: het gaat om de 10 procent sterkste leerlingen, wat overeenkomt met een IQ hoger dan 120.
Waarom vervelen toppresteerders zich op school?
Het probleem is duidelijk voelbaar op de klasvloer. Veel jongeren vervelen zich, worden ingeschakeld om andere kinderen te helpen of moeten extra oefeningen maken. 'Deze jongeren hebben evengoed recht op leren', zegt Kim Kiekens, trekker van het initiatief Spring-Stof. De organisatie begeleidde al 1.000 leerlingen in een traject op maat. Haar conclusie is hard: 'Voor onze toppresteerders is er vandaag in Vlaanderen geen onderwijs. We verliezen het toptalent dat we zo hard nodig hebben.'
Karine Verschueren (KU Leuven), coördinator van het expertisecentrum Talent, bevestigt: 'Scholen slagen er vaak niet in om het talent van de sterkste leerlingen te verzilveren.' Recent onderzoek toont aan dat de sterkste groep op het vlak van motivatie vaak opmerkelijk slechter scoort dan de gemiddeld begaafde groep. Onvoldoende uitdaging en te weinig stimulerend schoolwerk demotiveren de top van de klas en effenen het pad voor onderpresteren.
Welke gevolgen heeft dit voor toptalent?
De onderbenutting van talent heeft verstrekkende gevolgen. Slechts 1,3 procent van de Vlaamse leerlingen sloeg ooit een jaar over op zoek naar meer uitdaging, terwijl meer dan één op de vijf secundaire leerlingen minstens één jaar achter zit. Vooral meisjes en leerlingen uit kwetsbare middens vallen uit de boot. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat cognitief sterke meisjes tot 33 procent minder vaak worden herkend dan jongens. Van de sterkste leerlingen uit kansarme gezinnen komt amper een derde op de radar.
'We slagen er al amper in om de sterkste leerlingen te herkennen', zegt Ignace Ryheul van het Sint-Jozef Humaniora in Brugge. 'De kans dat een meisje van buitenlandse origine uit een moeilijke thuissituatie wordt gezien, is enorm klein.'
Welke oplossingen zijn er voor hoogbegaafde leerlingen?
Er zijn scholen die het anders aanpakken. De Klimtoren in Jabbeke zet sinds 2017 in op de doelgroep en groeide van 340 naar 550 leerlingen. Directeur Rebekka Buyse: 'Niemand laat zijn kind zomaar van school veranderen. Het is zonde dat dit nodig is.' Volgens haar zit het probleem vooral in een gebrek aan knowhow en perceptie. 'Dat wordt nog vaak als luxeprobleem gezien, terwijl al lang duidelijk is dat het dat niet is.'
Het probleem speelt op alle niveaus, benadrukt Kiekens. 'Zelfs aan onze universiteiten wordt cognitief talent verspild. We krijgen studenten die zelfs in een studie voor ingenieur of arts aangeven zich te vervelen.'
Wat doet de overheid aan dit probleem?
Experts vragen extra beleidsaandacht. Hoewel er de afgelopen jaren beweging kwam, blijft de expertise beperkt. 'De Vlaamse overheid maakt nu 1 miljoen euro per jaar vrij. In vergelijking met het buitenland is dat een druppel op een hete plaat', zegt Ryheul. In Nederland gaat het bijvoorbeeld om jaarlijks 23,3 miljoen euro. Het Vlaamse ondersteuningsbeleid loopt voorlopig ook af in schooljaar 2027-2028.
De uitdaging is duidelijk: het Vlaamse onderwijs moet investeren in de sterkste leerlingen, niet alleen in wie de lat niet haalt. Want zoals Kiekens het stelt: toptalent dat we verliezen, kunnen we later niet meer terughalen.