Pensioenhervorming dreigt levensstandaard gepensioneerden te laten dalen
Een nieuw rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing toont aan dat de Belgische pensioenhervorming de overheidsfinanciën weliswaar versterkt, maar dat de relatieve levensstandaard van gepensioneerden tegen 2070 met 13 procent zal dalen ten opzichte van werkenden. Dit roept vragen op over de sociale houdbaarheid van de hervorming.
Wat zegt het rapport over de levensstandaard van gepensioneerden?
De zogenoemde 'benefit ratio' – die de gemiddelde brutopensioenen vergelijkt met de groei van arbeidsinkomens – laat een dubbel beeld zien. In de komende tien jaar stijgt de levensstandaard van gepensioneerden nog met 3 procent, vooral doordat mensen langer werken door de verhoogde pensioenleeftijd. Maar vanaf halverwege de jaren 30 begint een decennialange daling.
De pensioenhervorming, met maatregelen zoals de pensioenmalus, beperking van gelijkgestelde periodes en ingrepen in ambtenarenpensioenen, tempert de groei van gemiddelde pensioenen tot 2070. Hierdoor blijven pensioenen gemiddeld minder snel stijgen dan arbeidsinkomens.
Wat betekent dit voor de sociale houdbaarheid?
De Vergrijzingscommissie waarschuwt dat er een risico ontstaat dat de levensstandaard van gepensioneerden achterblijft bij die van de beroepsbevolking. 'Het rapport maakt duidelijk dat er op lange termijn een afweging kan ontstaan tussen enerzijds de beheersing van de pensioenuitgaven en anderzijds het behoud van de relatieve levensstandaard van gepensioneerden', aldus de commissie.
Hoe staat het met het armoederisico onder gepensioneerden?
Ondanks de sombere vooruitzichten voor de levensstandaard, daalde het armoederisico onder Belgische gepensioneerden de afgelopen jaren aanzienlijk: van 16 procent in 2019 naar 8 procent in 2024. Daarmee presteert België beter dan buurlanden als Frankrijk (11 procent), Nederland (15,9 procent) en Duitsland (18,9 procent).
De daling is volgens de commissie te danken aan meer werkende vrouwen, langere loopbanen en verhoogde minimumuitkeringen sinds 2021. Of deze trend aanhoudt, is onzeker. Een eerder rapport van het Planbureau waarschuwde dat het armoederisico bij nieuw gepensioneerden met 0,4 procentpunt kan stijgen door de hervorming.
Wat zijn de lessen voor Suriname?
Het Belgische voorbeeld toont aan dat pensioenhervormingen een balans moeten vinden tussen budgettaire houdbaarheid en sociale bescherming. Voor Suriname, waar het pensioenstelsel eveneens onder druk staat, is het belangrijk om te leren van deze ervaringen. Een efficiënte overheid en open economie kunnen bijdragen aan een duurzaam pensioenstelsel dat zowel de staatsfinanciën als de levensstandaard van ouderen beschermt.