Brusselse Noordwijk op zoek naar antwoorden: bewoners grijpen zelf naar matrak en traangas
De Noordwijk achter het station Brussel-Noord is uitgegroeid tot een van de beruchtste probleemwijken van het land. Bewoners voelen zich in de steek gelaten door de autoriteiten en grijpen steeds vaker zelf naar eigen middelen om hun buurt te verdedigen. Een opvallende vaststelling: de politie alleen zal dit probleem niet oplossen.
Waarom grijpen bewoners naar eigen wapens?
Jo Poilvache (72) woont al 31 jaar in de wijk en heeft het helemaal gehad. Op zijn keukeneiland liggen een uitschuifbare matrak met ijzeren kop, een stroomstootpistool en traangas. Hij is niet van plan zich nog langer te laten intimideren door drugsdealers en verslaafden die de buurt hebben overgenomen.
“Natuurlijk weet ik dat wat ik doe illegaal is”, zegt Poilvache. “Maar tegen de drugsverslaafden die onze wijk hebben overgenomen is dit het enige wat nog helpt. De politie bellen heeft geen enkele zin, zij kunnen nog amper optreden.”
De wijk strekt zich uit over Brussel-Stad, Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node. Aan de ene kant glazen kantoortorens, aan de andere kant smalle straatjes met sekswerkers en drugsdealers. Poilvache weigert te wijken: “België is een land waar wet en recht zouden moeten gelden. Of geldt dat niet voor deze wijk?”
Hoe is de situatie zo uit de hand gelopen?
Het omslagpunt kwam in 2023, volgens buurtbewoners. In de aanloop naar de Olympische Spelen in Parijs zetten Franse autoriteiten duizenden daklozen en drugsverslaafden de stad uit. Hulporganisaties spraken van een “grootschalige sociale zuivering”. Velen belandden in Brussel en bleven hangen in de Noordwijk.
Daarnaast kocht burgemeester Emir Kir van Sint-Joost-ten-Node tal van bordelen op om sekswerk te stoppen. Die panden staan nu leeg en worden gebruikt als kraakpanden. Het resultaat: tientallen daklozen en verslaafden zwerven dag en nacht rond tussen de felverlichte vitrines.
Wat betekent dit voor het dagelijks leven in de wijk?
Mohammed kocht drie jaar geleden een huis in de Linnéstraat, met zijn vrouw en twee kinderen. Hij durft niet met zijn volledige naam in de krant. In april werd een buurtbewoner geraakt door een verdwaalde kogel bij een schietpartij; de man is deels verlamd.
“Ik kom niet meer de deur uit zonder traangas, om te allen tijde mijn gezin te kunnen verdedigen”, zegt Mohammed. “En rond mijn voordeur liet ik een stalen poort plaatsen, op maat gemaakt met vier cilinderloten.”
De Standaard verbleef zelf een week in de wijk en zag hoe verslaafden door kniehoog zwerfvuil graaien tegenover een kindercrèche, in slaap vallen tegen voordeuren en dealers smeken om korting op een dosis crack. Bewoners toonden filmpjes van vechtpartijen, drugsgebruik en inbraken in geparkeerde wagens.
Welke maatregelen nemen de autoriteiten?
De gemeentebesturen van Sint-Joost en Schaarbeek legden in april een verplichte nachtsluiting op voor handelaars, horecazaken en bordelen tussen 1 uur en 6 uur ’s ochtends. Thanas Baltas, uitbater van brasserie St. Lazare, is een groot voorstander: “Zo kan de rust elke nacht, hoe kort ook, toch even terugkeren en kan de politie gerichter controleren.”
Anderen noemen de maatregel “een hoop nonsens”. Poilvache: “Alsof de drugsdealers vanzelf verdwijnen wanneer de winkels sluiten. Het zijn niet de dames achter de vitrines of hun klanten die de Noordwijk onleefbaar hebben gemaakt.”
Is de Noordwijk een no-gozone?
Nee, zegt Roos De Witte, die zestien jaar geleden een appartement kocht op het Sint-Lazarusplein. Politievoertuigen rijden voortdurend rond, agenten patrouilleren te voet, soms met honden. Elke ochtend trekt een ploeg van zes straatvegers door de straten. Maar het is dweilen met de kraan open.
“Alleen met de politie zullen we dit niet opgelost krijgen”, zegt De Witte. “Als we die mensen alleen maar wegjagen, zullen ze telkens elders opnieuw beginnen. Er moet dringend goed doordacht worden ingegrepen.”
De moord op politie-inspecteur Thomas Monjoie in november 2022, neergestoken door een geradicaliseerde ex-gevangene, zorgde voor een schokgolf die tot vandaag nazindert. Toch blijft Baltas hoopvol. Volgende maand opent hij een tweede horecazaak in de wijk, in een voormalig drugscafé.
“De wijk zit nu in een diep dal, maar geef het drie jaar en we zijn er weer bovenop. Want ook dat is de Noordwijk: steeds weer rechtkrabbelen.”