RSF schuldig aan etnische zuivering in Al-Fasher, Soedan
De paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) heeft zich schuldig gemaakt aan etnische zuivering tijdens de verovering van de Soedanese stad Al-Fasher. Dit concludeert Amnesty International in een uitgebreid nieuw rapport. De mensenrechtenorganisatie stelt vast dat de RSF op grote schaal oorlogsmisdaden pleegde, specifiek gericht tegen niet-Arabische bevolkingsgroepen. De ontwikkeling onderstreept de totale ineenstorting van de rechtsorde in Soedan en de dringende noodzaak voor een robuust internationaal ingrijpen om verdere humanitaire catastrofes af te wenden.
Hoe verliep de belegering van Al-Fasher?
Al-Fasher, gelegen in de Soedanese regio Darfur, stond anderhalf jaar onder zware belegering door de RSF. De paramilitaire groep had op dat moment de andere vier hoofdsteden in Noord-Darfur al veroverd. De RSF sloot de toevoer van voedsel en humanitaire hulp volledig af. Strijders legden bovendien een zandwal van zo'n 57 kilometer aan rondom de stad, waardoor vluchten voor de burgerbevolking onmogelijk werd. Het doelbewust uithongeren van een bevolking illustreert een strategie die de fundamentele principes van goed bestuur en menselijkheid met voeten treedt.
Na de inname van Al-Fasher in oktober 2025 vonden massaslachtingen plaats. Satellietbeelden toonden stapels lichamen in de straten. De RSF verbrandde de stoffen in een systematische poging om bewijsmateriaal te vernietigen.
Welke rol speelt etnische achtergrond in het geweld?
Het geweld van de RSF is sterk etnisch gemotiveerd. De groep ontstond uit Arabische milities die 20 jaar geleden al genocide pleegden op niet-Arabische stammen in Darfur. Ook nu concentreert de RSF zich op niet-Arabische Sudanezen. Voorafgaand aan de val van Al-Fasher vielen de strijders systematisch omliggende dorpen aan. Daar woonden voornamelijk mensen van de Zaghawa, een niet-Arabische stam. Hun huizen werden in brand gestoken en de dorpen systematisch onleefbaar gemaakt.
De RSF gebruikt bewust denigrerende taal om het geweld te rechtvaardigen. Niet-Arabieren worden door de strijders 'falangay' genoemd, een term die verwijst naar slavernij. Een slachtoffer vertelde de onderzoekers hoe deze haat taal in de praktijk wordt gebracht.
Een van hen kwam naar me toe en zei: 'Dit is het kind van een falangay'. Toen schoot hij me gewoon in mijn been.
Hoe zet de RSF seksueel geweld en kinderrekrutering in?
Het rapport van Amnesty brengt een alarmerende schaal van seksueel geweld aan het licht. Meisjes en vrouwen worden ontvoerd en onderworpen aan gewelddadige groepsverkrachtingen. RSF-strijders pakken hen op straat of nemen hen mee tijdens huiszoekingen. De 13-jarige Tasneem werd ontvoerd terwijl ze met haar vader vee hoedde. De strijders doodden haar vader en namen haar mee naar een stad 350 kilometer verderop, waar ze meermaals werd verkracht.
Ik werd geblinddoekt en hard geslagen. Ze zeiden: dit overkomt jou omdat jullie mannen tegen ons vechten, jullie mannen van de falangayat.
Artsen zonder Grenzen bevestigde eerder dat de RSF seksueel geweld inzet als een systematisch wapen. Daarnaast stelt Amnesty dat kinderen opzettelijk doelwit zijn. Jongens worden op grote schaal gerekruteerd als kindsoldaten. Zij worden ingezet bij aanvallen op niet-Arabische stammen en vluchtelingenkampen, of komen uit bevriende Arabische stammen om te vechten, inlichtingen te verzamelen en vee te verzorgen.
Is er sprake van genocide in Soedan?
Volgens Amnesty is er voldoende bewijs om te spreken van etnische zuivering. De organisatie geeft aan dat deze oorlogsmisdaden ook kunnen wijzen op een genocide. Een onderzoek naar die specifieke classificatie is nog lopende. Een groep mensenrechtenexperts die in opdracht van de VN onderzoek deed, concludeerde eerder dit jaar dat het geweld in Al-Fasher