Messi op WK-finale tegen Spanje: thuiskomen in het land van zijn clubhart
Zondag staat Lionel Messi voor de derde keer in zijn carrière in een WK-finale. In het MetLife Stadium in New York neemt de 39-jarige Argentijn het op tegen Spanje, een land dat hij door en door kent. Van zijn dertiende tot zijn tweeëndertigste speelde hij bij FC Barcelona, woonde hij in Castelldefels en bouwde hij een leven op in Catalonië. Maar of dat een goed voorteken is voor de finale, blijft de vraag.
Een halve finale om nooit te vergeten
Na de 2-1 zege op Engeland in de halve finale, die velen in Argentinië als de echte finale beschouwen, is de sfeer in het kamp van de wereldkampioen uit 2022 uitgelaten. Net als Nederland in 1988, toen de halve finale tegen West-Duitsland meer indruk maakte dan de finale tegen de Sovjet-Unie, gloeien Argentijnen nog na van de overwinning op de oude rivalen. 'Trainer, we hebben geen superlatieven meer over', zei een Argentijnse journalist met tranen in zijn ogen tijdens de persconferentie van bondscoach Lionel Scaloni.
In Atlanta, de speelstad van de halve finale, bleven fans de hele nacht zingen over Diego Maradona en Lionel Messi. Messi deed wat Maradona veertig jaar eerder deed: de Engelsen ringeloren op een WK. Voor velen was het de mooiste wedstrijd van hun leven.
Messi's band met Spanje: meer dan alleen voetbal
Messi sprak voor de finale lovend over Spanje. 'Het is een fantastisch team met uitstekende spelers. Ze spelen geweldig voetbal. Ik heb tegen velen van hen gespeeld. Sommigen spelen voor Barça, een club die veel voor me betekent en die ik nog steeds volg.'
De aanvaller voelde zich snel thuis in Spanje, al hield hij de Argentijnse gebruiken in ere. Hij verhuisde op zijn dertiende naar Barcelona, waar hij met zijn vader en oudste broer achterbleef toen zijn moeder en zus terugkeerden naar Rosario. Hij miste zijn moeder enorm en vond in journaliste Cristina Cubero een plaatsvervangende moeder. 'Hij was nog een jochie, hij miste zijn moeder. Ik was zwanger en had veel moederhormonen', vertelde ze aan de Argentijnse radiozender Mitre.
Ook Ronaldinho, de Braziliaanse ster van Barcelona, nam Messi onder zijn hoede, al leidde dat tot wilde nachten. Zijn vader vond dat maar niks, en Barcelona stuurde Ronaldinho naar AC Milan. Later werd Luis Suárez Messi's grote vriend, samen met Sergio Busquets en Jordi Alba, die hij later naar Miami haalde.
Spanje: een masterclass in teamspel
Spanje speelde een dag eerder een onvergetelijke halve finale tegen Frankrijk. Bondscoach Luis de la Fuente noemde zijn ploeg het beste team van de wereld. Voormalig assistent-trainer van Barcelona Henk ten Cate, die al jaren in Spanje woont, is onder de indruk. 'Men is heel enthousiast, vooral na die halve finale. Het is genieten van die jonge spelers. Ik houd van de trainer, die zich aan niemand aanpast. Zelfs niet aan Frankrijk. Het was gewoon een masterclass.'
Ten Cate prijst ook Scaloni. 'Pas 48 jaar en al voor de tweede keer in de WK-finale, Copa América's gewonnen. Met zijn wissels maakt hij steeds het verschil. En Messi is beter dan vier jaar geleden. Hij wint niet altijd meer de een-tegen-eenduels, maar met zijn passing en combinaties, en doordat ploeggenoten hem in stelling brengen en ontlasten, hebben die coach en hij toch een manier gevonden waarop hij uitstekend rendeert. Hij is een fenomeen.'
Geschiedenis en sentiment: weinig rivaliteit
Op WK's kwamen Spanje en Argentinië elkaar slechts eenmaal tegen, in 1966. Argentinië won met 2-1. Over de Spaanse overheersing tot 1816 hoor je niemand meer in het Zuid-Amerikaanse land. 'Dat is veel te lang geleden', zegt de Argentijnse schrijver en socioloog Sergio Levinsky, die sinds 1997 in Madrid woont.
30 procent van de Argentijnse bevolking heeft Spaanse roots, 40 procent Italiaanse. Argentijnen lijken meer op Italianen dan op Spanjaarden, zegt Levinsky. 'Argentijnen zijn opener, communicatiever. Als ik aan een Spaanse taxichauffeur vraag voor wie hij is, zegt hij 'Barcelona' of 'Real Madrid' en dan is het gesprek klaar. Als ik dat aan een Italiaanse taxichauffeur vraag, kletsen we tot de volgende morgen.'
Messi, man van weinig woorden, voelde zich daarom snel thuis in Spanje. Veel Catalanen zullen voor hem juichen, verwacht Levinsky. 'Ook omdat ze niets met Spanje hebben, onafhankelijk willen zijn.'
Rodri: de stille motor van Spanje
Spanje ontbeert een ervaren vedette als Messi, maar Rodri, Gouden Bal-winnaar in 2024, is een speler met enorme statuur. Hij is de grote organisator, dirigeert, corrigeert, coacht. 'Hij is gemaakt voor ons model', zei De la Fuente. Qua karakter lijkt Rodri op Messi: teruggetrokken, weinig ophef. Hij zat op de universiteit en zag in 2010 op een klein schermpje Spanje de WK-finale winnen tegen Nederland.
In 2024 won Spanje het EK, wat veel Spanjaarden nu zien als een gunstig voorteken. Ten Cate is niet verbaasd. 'Ik heb drie jaar bij Barcelona getraind en ook veel tegen Spaanse clubs geoefend tijdens trainingskampen. Zelfs ploegen die op het derde niveau spelen, kunnen goed voetballen.'
Messi's fitheid en rol als teammanager
Messi is fitter dan in de jaren hiervoor, constateerde Cubero. 'Hij hield nooit van de sportschool, hij had het niet nodig, bij Barcelona hadden ze de bal. 'Lopen is voor lafaards', zei Johan Cruijff al. Hij is echt veranderd. Hij is fit, maar ook een soort teammanager en motivator.'
Na zijn carrière zal Messi, zo vermoedt Levinsky, een Amerikaanse club gaan runnen die zijn naam draagt. Maar hij zal weer gaan wonen in Castelldefels, nabij Barcelona. Daar voelt hij zich lekkerder dan tussen de drukke, enthousiaste Argentijnen die hem voor eeuwig zullen aanbidden. Daarvoor hoeft hij niet eens nogmaals wereldkampioen te worden. 'Na die halve finale is hij echt onvergetelijk.'