Een 82-jarige man vernielde infoborden in het Belgische openluchtmuseum Bokrijk omdat hij het er "te modern" vond. Hoewel vandalisme nooit de oplossing is, herkent columnist Yelena Schmitz dat knagende gevoel van verzet tegen een wereld die steeds ziellozer aanvoelt. Het zet aan tot een bredere vraag: zijn wij niet allemaal een beetje die man?
Wat gebeurde er in Bokrijk?
Vorige week haalde een 82-jarige man uit Affligem het nieuws nadat hij meerdere keren was betrapt op camerabeelden terwijl hij panelen bekraste en infoborden probeerde te vernielen in Bokrijk. De man had een jaarabonnement en werkte in verschillende etappes. Op 2 september 2026 werd hij opgepakt, verhoord en weer vrijgelaten. Zijn uitleg aan de politie was opvallend eenvoudig: hij vond Bokrijk "te modern".
Waarom spreekt deze vandaal tot de verbeelding?
Schmitz, die toegeeft een zwak te hebben voor underdogs en goede faits divers, stelt zich levendig voor hoe de man te werk ging. Nam hij een rollator mee om er onschuldiger uit te zien? Vertelde hij zijn kleinkinderen over zijn daden of was het een stille vorm van verzet? Het zijn vragen die het verhaal menselijk maken, ook al blijft geweld altijd verkeerd.
Dezelfde frustratie in een moderne wereld
Schmitz herkent de woede van de man, zij het in een andere vorm. Ze vertelt over een moment in de lift van een woonzorgcentrum waar ze drie keer dezelfde AI-gegenereerde poster zag. "Ik kan die AI-gegenereerde zinnetjes en lettertypes niet meer zien; ik krijg er buikpijn van", schrijft ze. "Ik wil de hand van de maker zien, de stem horen."
Die reactie is herkenbaar in een tijd waarin technologie steeds meer ons dagelijks leven doordringt. De auteur vraagt zich af of we niet allemaal een kleine vandaal in ons hebben, uit verlangen naar authenticiteit en menselijke creativiteit. "Soms heb ik schrik dat er straks nog maar één soort lettertype, één soort taal en één soort muziek zal zijn", aldus Schmitz.
Is verzet tegen AI een teken van conservatisme?
De kernvraag die Schmitz opwerpt is of dit verzet tegen AI-gegenereerde content een vorm van ouderwetse traditionalisme is, of juist een gezond instinct. "Ben ik zoals de 82-jarige man uit Affligem die als stil verzet een poster bekrast? Of zijn er nog mensen zoals ik die met een cuttermes in alle AI-gegenereerde affiches om zich heen willen snijden?"
Het is een vraag die steeds relevanter wordt naarmate kunstmatige intelligentie meer ruimte opeist in onze visuele en culturele omgeving. De uitdaging ligt niet in het vernielen van wat ons stoort, maar in het koesteren van wat ons menselijk maakt: creativiteit, imperfectie en persoonlijke expressie.
"Ik wil de hand van de maker zien, de stem horen!"
Veelgestelde vragen over AI en authenticiteit
Waarom roepen AI-gegenereerde beelden zoveel weerstand op?
AI-gegenereerde beelden worden vaak ervaren als zielloos en repetitief. Mensen verlangen naar authenticiteit, naar het persoonlijke en het imperfecte dat typisch menselijk is. De poster in de lift is daar een voorbeeld van: drie keer dezelfde stijl, zonder enige persoonlijke touch.
Is het normaal om AI-moeheid te ervaren?
Ja, steeds meer mensen ervaren zogenaamde "AI-moeheid". De snelle opkomst van AI-toepassingen in allerlei domeinen kan overweldigend en vervreemdend werken. Het is een natuurlijke reactie op een wereld die razendsnel verandert.
Hoe kunnen we authenticiteit behouden in een digitale wereld?
Door bewust te kiezen voor menselijke creativiteit waar het ertoe doet: handgemaakte ontwerpen, persoonlijke teksten en echte interacties. Technologie kan een hulpmiddel zijn, maar mag geen vervanging worden voor menselijke expressie.
