Schrijver Simon van der Geest en illustratrice Karst-Janneke Rogaar publiceerden op 15 oktober 2026 het jeugdboek Meisjesbotjes jongensbotjes, een verfrissende mengvorm van kinderboek en toneelstuk. De Standaard gaf het werk vier sterren en prees vooral de originele draai die het verhaal geeft aan een van de oudste figuren uit de kinderliteratuur: de wolf.
Het boek telt vijf personages, en het eerste is geen mens of dier maar de volle maan. Die schijnt over het bos waarin het hele verhaal zich afspeelt en fungeert als verteller, of eerder als een Grieks koor. Niet zozeer in woorden, maar in expressie: Rogaar laat de maan ontzet, verschrikt of blij kijken, en de ogen sluiten wanneer het te spannend wordt.
Wat is het verhaal van Meisjesbotjes jongensbotjes?
Personages twee en drie zijn een avontuurlijk meisje en een lieve jongen. Het meisje heeft de jongen meegevraagd voor een wandeling met z'n tweeën, een tikkeltje slinks en een tikkeltje sluw, want het gaat wel degelijk over romantiek met voorbedachten rade. Onderweg verdwalen ze niet alleen in het bos, maar ook op de figuurlijke weg naar elkaar. Durven ze gewoon te zeggen hoe leuk ze elkaar vinden? Nee. Zijn daar zijpaadjes voor nodig die de situatie alleen maar ingewikkelder maken? Ja.
Personages vier en vijf zijn een wolf en een wolvin, net getrouwd en klaar voor de huwelijksnacht, maar hongerig. De wolf heeft daarom eerst een heerlijk bruiloftsmaal bedacht. Wat staat er op het menu? Of beter: wie staan er op het menu? Het meisje en de jongen.
De dialogen zijn hilarisch en spelen voortdurend met omwegen en misverstanden, aldus de recensent van De Standaard. Een fragment:
Jongen: Hoe komen we ooit dit bos uit? Zonder kaart?
Meisje: We kunnen een vuur maken.
Jongen: Ja, vuur! Daar zijn wolven bang voor!
Meisje: En het is lekker warm. Ik hou van een vuurtje. Een beetje samen in de vlammen staren. Dicht tegen elkaar aan zitten.
Jongen: Met het vuur maak ik een fakkel. En als die wolven ook maar in de buurt durven komen, zwaai ik en steek ik. Zjoef! Zjoef! Tsjak!
Meisje: Zou je dat doen? Voor mij?
Een breuk met drie eeuwen wolvenslechtheid
Het is opvallend hoe dit verhaal breekt met een lange traditie. Sinds Le petit chaperon rouge (Roodkapje) van Charles Perrault uit 1697 hoorden kinderen eeuwenlang griezelige verhalen over onbetrouwbare wolven en weerwolven. Dat een kinderboek dat archetypische beeld van de wolf onderuithaalt, is een verrassende zet.
Van der Geest is niet de eerste die dat doet. Maritgen Matter en Jan Jutte wonnen in 2004 de Deutsche Jugendliteraturpreis met Schaap met laarsjes (2002). Daarin gaat een wolf op zoek naar een mals schaap en probeert hij het te verleiden met de valse belofte van een leuke tijd samen. Het arme schaap trapt er nog in ook. Maar dan krijgt de wolf berouw: ondanks zijn aard en zijn grote honger vindt hij het moeilijk om dat lieve, naïeve, levende schapenboutje op te peuzelen. De wolf als mens, met gewetenswroeging.
Ook in Meisjesbotjes jongensbotjes zijn de wolven al te menselijk, maar de toon is anders. Van der Geest portretteert het wolvenkoppel als een stel dat al jaren getrouwd lijkt. Ze zeuren elkaar de oren van de kop. Door hun echtelijk gehakketak verliezen ze kostbare tijd en staan ze niet op scherp wanneer hun feestelijke hap binnen bereik komt.
En tijdens dat gebakkelei neemt het bruiloftsmaal de benen. Wat het meisje en de jongen uiteindelijk redt, behalve hun vindingrijkheid, en wat ook het prille wolfse huwelijk redt, zijn woorden. De juiste woorden.
Een gouden duo met een theatervorm
Van der Geest en Rogaar vormen al jaren een gouden duo, stelt De Standaard. Denk aan de dichtbundel Plassen op schrikdraad of Wolvenweer, een Tijgerlezen-boek voor beginnende lezers. Met Meisjesbotjes jongensbotjes leveren ze volgens de krant een geweldig theaterstuk dat je kunt lezen, voorlezen of gewoon voluit kunt spelen, in de klas of thuis.
De vorm is daarbij geen bijzaak maar de kern. Een toneelstuk met vijf rollen, waarvan één maan die alleen gezichtsuitdrukkingen heeft, nodigt kinderen uit om zelf aan de slag te gaan. Lezen wordt spelen, en spelen begrijpen. Dat maakt het boek bruikbaar voor leerkrachten en ouders die kinderen op een lichte manier willen laten kennismaken met literatuur, dialoog en het doorbreken van oude verhalende patronen.
De hernieuwde interesse in klassieke figuren uit de kinderliteratuur is breder dan dit ene boek. Eerder dit jaar kreeg ook de honderdste verjaardag van
