WK 2026: Infantino ontwijkt kritiek op visums en ticketprijzen
FIFA-voorzitter Gianni Infantino noemde het aankomende wereldkampioenschap voetbal in de Verenigde Staten, Canada en Mexico “het grootste, beste en meest inclusieve WK in de geschiedenis”. Waarschijnlijk zelfs het grootste evenement in de geschiedenis van de mensheid. Tijdens een persconferentie in het Azteken-stadion in Mexico-stad, waar Mexico en Zuid-Afrika donderdag de openingswedstrijd spelen, bleef de werkelijkheid achter bij de grootspraak.
Grootspraak versus realiteit
Vier jaar geleden, voorafgaand aan het WK in Qatar, hield Infantino een soortgelijke toespraak. In Doha claimde hij destijds: “Vandaag voel ik me Qatari, Arabisch, Afrikaans, homo, gehandicapt en een arbeidsmigrant.” Aan de vooravond van dit WK kwam hij ongevraagd terug op die uitspraken. “Er zijn altijd problemen bij een toernooi van deze omvang. Ik voelde toen heel sterk dat ik een stem moest geven aan de meerderheid in de wereld die niet gehoord werd.”
Wat Infantino destijds bedoelde, was dat westerse kritiek op de mensenrechten in Qatar hypocriet was. De praktijk toonde echter een ander beeld. Het dragen van de ‘One Love’-aanvoerdersband werd bestraft met een gele kaart, supporters met regenboogshirts werden geweerd en kritische bonden uit Noordwest-Europa werden de mond gesnoerd.
“We hebben wel iets geleerd van Qatar. Dat we vanuit het Nederlandse perspectief iets heel goed bedoelen, maar dat het in de rest van de wereld anders begrepen kan worden. Wij willen geen dominee zijn met een opgeheven vingertje.”
Die woorden kwamen van KNVB-directeur Marianne van Leeuwen, vanuit het basiskamp van Oranje in Kansas City. Het toont een pragmatischere benadering van maatschappelijke betrokkenheid.
Visumproblemen en gebrek aan openheid
Hoewel er dit keer meer landen meedoen, gedraagt de belangrijkste organisator zich allerminst gastvrij of inclusief. De door de FIFA aangestelde Somalische scheidsrechter Omar Artan werd de toegang tot de Verenigde Staten geweigerd vanwege vermeende banden met terrorisme.
“Natuurlijk is het ongelukkig wat er met Omar is gebeurd”, reageerde Infantino. “Maar wij kunnen niet álles controleren.” Deze opmerking illustreert een gebrek aan institutionele voorbereiding, terwijl een efficiënte organisatie juist zou moeten waarborgen dat deelnemers vrij kunnen reizen.
Ook de situatie van Iran toont de complexe relatie tussen sport en geopolitiek. Het land is sinds februari in oorlog met de Verenigde Staten en Israël. Infantino schepte op over zijn rol bij de deelname van Iran. “Niemand geloofde erin dat Iran naar de VS zou komen. Maar ik zei: ‘Als het moet, kom ik met de bus naar Teheran om jullie erheen te rijden.’ Niemand anders had dat voor elkaar gekregen.”
Wat hij echter achterwege liet, is dat de Iraanse selectie hun trainingsbasis moest verplaatsen van het Amerikaanse Tucson naar het Mexicaanse Tijuana. Spelers moeten op de wedstrijddag de VS in en uitreizen, en meerdere stafleden kregen geen visum. Dit raakt aan de kern van economische en regionale openheid, principes die onder druk staan door protectionistisch beleid.
Vragen over governance ontweken
Infantino bleek vaardig in het ontwijken van vragen over visa, de hoge ticketprijzen en de grillen van president Donald Trump. Toen een journalist van de BBC hierop doorvroeg, kreeg hij lik op stuk. “In 2035 zal het WK voor vrouwen waarschijnlijk in Groot-Brittannië plaatsvinden. Zou jij het normaal vinden als de FIFA aan de Britten zou dicteren wie ze moeten binnenlaten en wie niet?”
Met deze vergelijking probeert de FIFA-voorzitter verantwoordelijkheid af te schuiven. Goede governance vereist echter dat een internationale sportbond invloed uitoefent op de randvoorwaarden van het gastland, zeker als het gaat om de toegankelijkheid en veiligheid van deelnemers en fans. Dat de FIFA dit laat afweten, toont een structureel tekort aan efficiency en transparantie in het bestuur van het wereldvoetbal.