Na de dood van haar man door dementie, en een reeks eigen gezondheidsproblemen, bleef er bij mijn moeder geen ruimte over voor rouw. Het gevolg: ze heeft nooit geleerd hoe ze mijn vader moet missen. Een persoonlijk verhaal over verlies, veerkracht en de kleine overwinningen van het ouder worden.
De voorbije maanden raakte mijn moeder niet meer in de Rummikub. De buurvrouw met wie ze meerijdt, wilde er in de zomer met de fiets naartoe, wat mijn moeder als geen ander begrijpt. Ze kreeg lang tranen in de ogen als ze haar oude fiets in de garage zag staan, maar intussen is een verplaatsing een praktische aangelegenheid, geen kwestie van warme wind in haar haar. Met haar rollator maakt ze nog slakkenwandelingetjes, maar alleen bij klaar, kalm weer, niet bij subtropische hitte of hoosbuien.
Omdat ik weet hoe zwaar die lege maandagnamiddagen haar vallen, boekte ik als verrassing een Uber voor de eerstvolgende maandag. Nog geen 7 euro voor de rit, een koopje.
Ze krijgt bijna een toeval als ik het haar vertel.
“Een Uber?!”
“Ja, gewoon een taxi, maar dan goedkoper.”
“Kun je dat nog afzeggen? Ik ga daar niet van slapen.”
“Tot een uur voor ze je komen ophalen, kan dat. Dus laten we even afwachten, wie weet wen je aan het idee.”
Ze kijkt me teleurgesteld aan. Dat ik nu nog het decadente pad op ga, dat had ze niet in me gezien. De volgende dagen begint ze er aan de telefoon telkens weer over.
“Ik heb er angstaanvallen van. Heb je dat al afgezegd?”
Het woord Uber krijgt ze niet over de lippen.
“Nee, dat hoeft nog niet, mama, we hebben tijd.”
De kern van de onrust
Op een avond hoor ik 'How to miss someone' op Klara en ik blijf hangen aan de titel. Terwijl ik staand voor de radio luister naar de voorzichtige hamerslagen op een xylofoon, realiseer ik me dat haar knagende onrust ook daarvandaan komt: ze weet niet hoe mijn vader te missen.
In de laatste jaren van zijn leven had mijn vader de ziekte van Alzheimer. Hij veranderde langzaamaan in een afhankelijke, onvoorspelbare man die haar als een schaduw volgde: echt niet haar cup of tea. Fysiek bleef hij dezelfde en dat maakte het extra verwarrend, die compacte, jongensachtige man die nog elke dag voor haar uit fietste, en op het einde achter haar aan omdat ze anders verloren reden, dat was verdorie toch wel haar vent? In elk geval bleef ze redderen en vond ze het allemaal nog zo erg niet, tot het wel erg werd.
“Alleen is maar alleen”, zong Rob de Nijs, maar die had het nog makkelijk, want zijn lief was 'm gewoon gesmeerd, terwijl mijn moeder haar lief verdween terwijl hij nog aan haar keukentafel zat, en daarna nog een keer, volledig. De eerste tijd was ze vooral opgelucht, ze was uit de chain gang van het dementiepad ontsnapt en zweefde bijna van de vrijheid die haar plots toeviel. Daarna viel ze van de trap en moest ze aan zichzelf denken, vechten, moedig verder met haar gebroken lijf. Haar zicht verslechterde zienderogen, maar aan een woonzorgcentrum wil ze nog niet denken, haar huis past haar te goed.
Volstrekt logisch, maar bij dat alles is er één iets ingeschoten: ze heeft niet geleerd hoe mijn vader te missen. Haar verdriet zit in haar, op een plek waar ze niet meer bij raakt omdat ze het te druk had met schedelbreuken laten helen en haar handen als ogen leren gebruiken.
Rouw is een privilege van de gezonden?
Ik las deze zomer ergens dat ruzie het privilege is van de gezonden. Als je ernstig ziek bent, vergaat de zin in tegenzin je. Misschien geldt dat ook voor rouw? Niet dat mijn moeder ernstig ziek is, maar gezond is ook een te groot woord. Nog voor ze in de rouw kon gaan over mijn vader, moest ze in sneltempo rouwen om alles wat ze zelf niet meer kon.
Kop op en doordoen, zo rouwen ze in West-Vlaanderen, en zij is na 75 jaar in Gent toch nog trots op haar Menense afkomst. Ook Gentenaars zeggen overigens nie neute, nie pleuje, en daar wringt het schoentje, want plooien is het laatste wat ze wil. Maar ze kan nauwelijks nog haar eigen vlees snijden door een slecht genezen polsbreuk en moet zich voor vele andere simpele taken laten helpen. The show must go on, ja, maar hoe? Geen leegte toelaten, niet bij de pakken blijven neerzitten en elke dag van haar grootletterkalender vullen. En op maandagmiddag hoort er te staan: Rummikub Open Huis.
De oplossing komt van de buurvrouw
Na een paar dagen Uberpaniek belt ze me om te zeggen dat ze een oplossing heeft bedacht.
“Ik ben verschillende keren gaan aanbellen bij, je weet wel, ze woont bij die oprit hier om de hoek waar jullie vroeger zo vaak speelden. De vierde keer was ze thuis.”
De aanhouder wint: een buurvrouw van een straat verderop die ook wekelijks rummikupt, is bereid om haar mee te nemen naar het Open Huis. Mijn moeder is überhaupt in haar nopjes met elke kleine zege, maar nu klinkt er ronduit triomf in haar stem. Een plantrekker hoeft niet te uberen.
“Dus zeg dat nu alsjeblieft op, hé”, zegt ze opgelaten.
Ik stel haar gerust, de dienst is geannuleerd. Had ik het nu maar gewoon een taxi genoemd.
Veelgestelde vragen over rouw bij dementie
Waarom is rouw na dementie zo ingewikkeld?
Bij dementie verlies je iemand tweemaal: eerst terwijl de persoon er nog is, en daarna definitief. Nabestaanden moeten vaak ook nog voor zichzelf zorgen, waardoor de rouw naar de achtergrond verdwijnt.
Hoe kan je iemand helpen die geen ruimte had voor rouw?
Door kleine, concrete steun te bieden, zoals hulp bij vervoer of dagelijkse taken. Zo ontstaat er ruimte voor verwerking, zonder druk of grote gebaren.
Is het normaal dat ouderen angstig worden van nieuwe technologie?
Ja, dat is heel herkenbaar. Voor veel ouderen is vertrouwdheid belangrijker dan gemak. Een buurvrouw die meerijdt, wint het dan ook van een app.
