Een opiniebijdrage in de Volkskrant van 15 oktober 2026 werpt scherp licht op het Nederlandse debat over tolerantie jegens lhbt-personen. De auteur, een zelfbenoemd klassiek feministe, betoogt dat hoogleraar sociologie Niels Spierings in een gesprek met Miluska van Rompu over dalende tolerantie onder jongeren ideologie presenteerde als wetenschappelijk feit.
Het aanleiding voor de bijdrage was een uitzending waarin Spierings het volgens de auteur 'biologisch gezien onzin' noemde dat er alleen mannetjes en vrouwtjes zouden bestaan. Dat, schrijft zij, is geen vaststaand feit maar een geloofsartikel uit wat zij de 'genderideologie' noemt, een denkwijze die volgens haar de laatste decennia opgang maakte in linkse kringen.
Wat staat er precies in de bijdrage?
De Volkskrant-publicatie betoogt dat feministen al honderden jaren protesteren tegen de tweedeling man en vrouw, maar om een andere reden dan Spierings suggereert. Zij deden dat niet omdat het sekseverschil biologisch onzin zou zijn, aldus de auteur, maar omdat dat verschil door de eeuwen heen is misbruikt om een samenleving te creëren die vrouwen en homoseksuelen uitsloot.
Volgens de schrijfster is het onheil niet ontstaan doordat er meer dan twee seksen zouden bestaan, maar doordat er op een biologisch verschil een dikke laag van culturele, juridische, medische, politieke en psychologische betekenis is gelegd. 'Male' staat nu eenmaal niet gelijk aan 'masculine', en 'female' niet aan 'feminine', schrijft zij. Zij erkent wel dat er biologische uitzonderingen bestaan, zoals mensen die geboren worden met geslachtsdelen van beide seksen of meisjes zonder baarmoeder.
Waarom zou dit ook buiten Nederland relevant zijn?
Het debat raakt aan vragen die ook in Suriname en de bredere regio spelen: hoe ga je om met minderheden, en hoe voorkom je dat een emancipatiebeweging zichzelf ondergraaft door te veel te eisen? De auteur wijst erop dat in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten feministische hoogleraren zijn ontslagen omdat zij het waagden om over twee seksen te spreken. Dat is voor haar een teken van intolerantie binnen een beweging die zichzelf als tolerant presenteert.
Zij bekritiseert ook de term 'transhaat', die Spierings volgens haar gebruikt zonder die te definiëren. Zelfnoemt zij het transhaat wanneer iemand ontkent dat transseksualiteit bestaat of trans mensen verafschuwt. Maar zij vreest dat bij Spierings al van transhaat wordt gesproken wanneer iemand er bijvoorbeeld tegen is dat een als man geboren atleet die zich identificeert als vrouw deelneemt aan de vrouwensport. De suggestie dat critici daarvan op een 'glijdende schaal naar homohaat' zouden zitten, acht zij een wetenschapper onwaardig.
Die kwestie van eerlijkheid in de vrouwensport leeft breed, ook bij sporters zelf, zoals te zien was bij de
