De Vlaamse cultuursector eist voortdurend transparantie van de overheid, maar geeft die zelf niet. Dat schrijft Görges Ocloo, directeur van een gesubsidieerd kunstenhuis, in een opiniestuk. Zolang de sector niet openlijk toont hoe belastinggeld wordt besteed, vraagt zij vertrouwen zonder het te verdienen.
Waarom de cultuursector nu in de spiegel moet kijken
Een nieuwe besparing van 10 procent op cultuur is volgens Ocloo een slecht idee. De sectorkoepels melden dat vandaag 0,72 procent van de Vlaamse begroting naar cultuur gaat, tegenover bijna 2 procent in 2004. Wie daar nog een tiende afhaalt, snijdt niet in vet maar in spieren.
Ocloo staat aan de kant van zijn sector, maar niet meer met gesloten ogen. Hij leidde een groot kunstenhuis en leidt nu een ander. Hij kent de repetitievloer en de vergaderzaal, schreef subsidiedossiers en verdedigde budgetten. Telkens als een besparing dreigt, herhaalt de sector hetzelfde patroon: een persbericht, bezoekerscijfers, de boodschap dat cultuur geen extraatje is. Maar de vraag die iedere belastingbetaler mag stellen, blijft onbeantwoord: hoeveel van het geld dat Vlaanderen in de kunsten steekt, komt terecht bij de mensen die de kunst maken?
Feiten over de verdeling van het kunstenbudget
De sector weet het niet, omdat het nooit wordt bijgehouden of openbaar gemaakt. De cijfers die bekend zijn, geven te denken. Ruim 90 procent van het kunstenbudget gaat naar structurele werkingen en grote instellingen. Voor projecten en beurzen, waar nieuwe makers binnenkomen, blijft ongeveer 7 procent over. Volgens Kunstenpunt verdient een beeldend kunstenaar mediaan zo'n 18.000 euro netto per jaar; amper 15 procent kan leven van zijn kunst alleen.
Ondertussen groeiden de structuren: meer coördinatie, meer overleg. Ocloo heeft budgetten gezien waarin het honorarium van kunstenaars de sluitpost was, wat overbleef nadat al het andere betaald was. Dat is de omgekeerde wereld, zegt hij.
Ook geografisch is de verdeling scheef. Antwerpen en Brussel krijgen samen meer dan de helft van de werkingsmiddelen, Limburg 3,7 procent. Wie in Genk woont, betaalt evenveel belastingen als wie in Antwerpen woont, en krijgt er een fractie voor terug. De sector noemt dat 'landschap', maar het is ook een keuze die zelden wordt verantwoord.
Drie voorstellen voor meer openheid in de cultuursector
Ocloo doet drie concrete voorstellen aan zijn collega's, niet aan de minister. Ten eerste: maak de lonen openbaar. Gesubsidieerde huizen werken met belastinggeld, dus mag iedereen weten wat elke functie verdient, van directie tot stagiair, en wat een gastkunstenaar per productie krijgt.
Ten tweede: maak alle adviezen openbaar. Beoordelingscommissies beslissen over honderden miljoenen, maar hun adviezen blijven binnenskamers. In Nederland zet de Raad voor Cultuur elk advies online, met naam en argumentatie, ook de negatieve. In Zweden is elk dossier bij een overheidsdienst per grondwet openbaar. In Engeland kan iedereen per organisatie tot op de pond nakijken wat ze krijgt. Niemand daar beweert dat de kunst er slechter van werd.
Ten derde: kom zelf met een verdeling waar de besparing valt. Laat niet de regering met de botte bijl beslissen. Als de sector zelf een verdeling voorstelt die de makers beschermt, ook als de grote huizen en koepels meer inleveren dan de kleine, is dat echte solidariteit.
Transparantie als sterkste verdediging
Ocloo verwacht kritiek in de WhatsAppgroepen: dat zijn pleidooi koren op de molen is van wie cultuur toch al een subsidiecarrousel vindt. Hij denkt het omgekeerde. De sterkste verdediging is geen persbericht met bezoekerscijfers, maar duidelijkheid: zo besteden wij elke euro, dit verdienen onze mensen, dit komt bij de makers terecht, zo werd over ons geoordeeld.
Zolang de sector dat niet doet, vraagt zij vertrouwen zonder het te verdienen. En dan moet zij niet verbaasd zijn als een regering het niet meer geeft. Hamlet zegt tegen zijn spelers dat het doel van het toneel is de spiegel voor te houden aan de natuur. Ruim vierhonderd jaar heeft de sector anderen die spiegel voorgehouden. Het wordt tijd dat hij hem even omdraait. Dat is geen verraad aan de sector, maar de enige manier om straks met opgeheven hoofd voor het parlement te staan.
Veelgestelde vragen over transparantie in de cultuursector
Hoeveel procent van het Vlaamse kunstenbudget gaat naar grote instellingen?
Ruim 90 procent van het kunstenbudget gaat naar structurele werkingen en grote instellingen. Slechts ongeveer 7 procent blijft over voor projecten en beurzen van nieuwe makers.
Wat verdient een beeldend kunstenaar gemiddeld in Vlaanderen?
Volgens Kunstenpunt verdient een beeldend kunstenaar mediaan zo'n 18.000 euro netto per jaar. Amper 15 procent kan leven van zijn kunst alleen.
Welke landen maken cultuuradviezen al openbaar?
Nederland, Zweden en Engeland maken cultuuradviezen of subsidiebedragen openbaar. In Zweden is elk dossier bij een overheidsdienst per grondwet openbaar, in Engeland kan iedereen per organisatie tot op de pond nakijken wat ze krijgt.
