Stevens kritiseert bestuur Feyenoord en Ajax om trainerskeuzes
Ervaren trainer Huub Stevens heeft scherpe kritiek geuit op de leiding van Feyenoord en Ajax betreffende hun ondersteuning van beginnende trainers Robin van Persie en John Heitinga. Volgens de voormalige succescoach van clubs als Schalke 04 en RB Salzburg hadden beide topclubs meer moeten investeren in begeleiding.
Te weinig ervaring voor topniveau
Stevens stelt dat Van Persie te snel is doorgestroomd naar het hoofdtrainerschap bij Feyenoord. "Hij heeft alleen de ervaring van de jeugd en een half jaartje Heerenveen. Dat is onvoldoende om een grote club als Feyenoord te kunnen trainen", aldus Stevens in gesprek met Voetbal International.
De ervaren coach wijst op concrete voorbeelden van beginnersfouten, zoals het gedoe rond de aanvoerdersband en de vele wisselingen voor belangrijke Europa League-wedstrijden. "Ik vind dat iedere professional drie wedstrijden in de week moet kunnen voetballen. Wij deden het ook en onder moeilijkere omstandigheden".
Pleidooi voor betere begeleiding
Stevens benadrukt dat zowel Van Persie als Heitinga potentie hebben, maar beter ondersteund hadden moeten worden. Hij suggereert dat ervaren clubiconen zoals Giovanni van Bronckhorst bij Feyenoord of Frank de Boer bij Ajax als mentor hadden kunnen fungeren.
"Robin kan best een goede trainer zijn, maar dan wel met mensen om zich heen die zo goed zijn dat hij als trainer stappen kan maken", verklaart Stevens. Hij benadrukt dat de geleidelijke weg voor jonge trainers altijd beter is.
Bestuurlijke problemen aan de top
De voormalige trainer wijst echter ook naar structurele problemen in de organisatie. "Een vis begint te stinken aan de kop", citeert Stevens een bekende uitspraak. "Als het bovenin een club rot, dan werkt dat altijd door naar beneden".
Hij prijst PSV als positief voorbeeld van stabiliteit en eenheid in de leiding, met Marcel Brands, Earnest Stewart en Peter Bosz. "Niemand in de club kan iets opmerken bij zoveel eenheid en rust", aldus Stevens.
De ervaren coach concludeert dat de huidige situatie bij beide topclubs ten koste gaat van het Nederlandse voetbal als geheel, een gemiste kans gezien het potentieel van zowel de trainers als de clubs.