Efia, een half-Nederlandse vrouw met een Burkinese vader, groeide op in Kenia, Niger en Mali en verhuisde op haar achttiende alleen naar Amsterdam. In een uitgebreid interview met de Volkskrant vertelt ze hoe een jeugd in een matriarchaal gezin in West-Afrika haar vormde, en hoe zij in Nederland voor het eerst werd geconfronteerd met systematisch racisme.
Haar verhaal raakt een thema dat ook voor de Surinaamse gemeenschap herkenbaar is: de ervaring van jonge mensen van kleur in Nederland, waar identiteit, gemeenschapsgevoel en discriminatie samenkomen.
Een jeugd in een Afrikaans matriarchaat
Efia werd geboren in Hillegom, in de bollenstreek. Een paar maanden na haar geboorte verhuisde ze met haar Nederlandse moeder naar Kenia, waar haar moeder sinds haar vierentwintigste werkt in de ontwikkelingssamenwerking, voornamelijk in West-Afrika. Haar Burkinese vader raakte uit beeld toen Efia drie jaar was.
Haar moeder stond er alleen voor, maar kreeg volgens Efia veel steun uit de gemeenschap.
