De landen die in 2022 in Montreal beloofden dertig procent van al het land en alle zee op aarde in 2030 te beschermen, lopen op de meeste doelen achter. Dat blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties dat in juli verscheen en deze week en volgende week centraal staat op de zeventiende biodiversiteitstop in de Armeense hoofdstad Yerevan. Volgens NOS, dat de top uitvoerig volgt, is slechts één van de drieëntwintig afgesproken doelen op koers.
Op de top, die tot eind oktober duurt, maken bijna alle landen de balans op van de afspraken die vier jaar geleden in de Canadese stad Montreal werden gemaakt. Voor landen als Suriname, waar het regenwoud en de kustgebieden tot de meest waardevolle natuur van het continent behoren, is de uitkomst van die balans direct van belang. Niet alleen omwat er beschermd moet worden, maar vooral om wie dat gaat betalen.
Wat is er afgesproken in Montreal?
De afspraken uit 2022 staan bekend als het mondiale kader voor biodiversiteit en omvatten drieëntwintig doelen. Het bekendste doel is dat in 2030 dertig procent van het land en de zee beschermd gebied moet zijn. Daarnaast beloofden landen subsidies af te bouwen die de natuur schaden, meer geld uit te trekken voor bescherming, stadsgroen aan te leggen en natuurgebieden weerbaarder te maken tegen klimaatverandering.
Biodiversiteit is een brede term. Het gaat om soorten dieren, planten en schimmels, maar ook om de moerassen, bossen en andere gebieden waarin ze leven, en om de variatie in erfelijk materiaal binnen soorten. Voor een land als Suriname, met een groot aandeel ongerept Amazoneregenwoud en uitgestrekte mangrovebossen langs de kust, is die variatie een economisch activum.
Natuur als economische infrastructuur
Wie natuurbescherming alleen als een morele kwestie ziet, mist volgens Christine Wortmann van het Wereld Natuur Fonds het belangrijkste punt. Zij reist namens het WNF naar de top in Yerevan.
„Economische stabiliteit en voedselzekerheid zijn de sterkste argumenten
